Reisverhaal Babro 1120 Hans Guikink

Maandag 23 januari 2012. 
Een Babro 1120 moet in opdracht van Homme Overwijk van Groningen (GMC haven) naar Uitwellingerga worden gevaren. De boot is gekocht door een Engels echtpaar dat bij Straalbedrijf Hooghiemstra het onderwaterschip laat stralen en de romp opnieuw schilderen.

De reis
zou in één dag kunnen, maar dan moet ik wel de eerste trein naar Groningen nemen, en daar heb ik geen zin in. Dus toch maar de slaapzak mee, plus een ferme voorraad dik belegde broodjes. De vorige eigenaar van de boot haalt me van station Groningen. Aan boord uitleg van enkele zaken, en om half drie laat ik me in de Oostersluis schutten, helemaal alleen. Dan de merkwaardige Gerrit Krolbrug, en nog enkele hefbruggen, die niet open hoeven, maar de tweede is griezelig krap. Na de afgelopen kletsnatte weken is de waterstand ook nogal hoog; anderhalve week geleden was er nog een vaarverbod in deze contreien.

Deze fraaie boot heeft, met de tent op, een kruiphoogte van bijna drie meter. Een merkwaardig fenomeen is dat je alleen op die “flybridge” kunt sturen; de salon heeft daardoor wel zeer veel ruimte door ontbreken van stuurwiel en instrumentarium. De Deutz diesel loopt bijzonder rustig. Opvallend is de erg mooie teakhouten betimmering op dit schip. Soms een buitje, soms wat zon. Om vijf uur bij sluis Gaarkeuken; ik kan meteen met een vrachtschip mee. Het verval is zó klein dat je je afvraagt wat er zou gebeuren als ze beide deuren open zetten. Aan de Friese kant van de sluis is een prima wachtsteigertje voor de pleziervaart; er liggen wat werkbootjes, maar de “Feelings” kan er nog bij. In feite had ik willen doorvaren tot Stroobos, waar je uitstekend kunt liggen, en waar wellicht een restaurantje is, maar het wordt te donker om verantwoord door te stomen. Dán maar de meegenomen rijst met goulash in de pan! Smaakt overigens uitmuntend. Het is koud, en ik lig vroeg in die slaapzak.

Dinsdag 24 januari.
Behoorlijk geslapen; weinig last gehad van de continue sluisbediening. Nou ja, zó’n druk kanaal is dit van Starkenborghkanaal nu ook weer niet. Omdat de drinkwatertank leeg is (alle watertappunten zijn vorstvrij gemaakt) heb ik enkele pakken bronwater meegekregen, en ik was mij, nogal summier, met Bar-le-Duc.
Bruisend weer op weg; vanaf hier heet het Prinses Margrietkanaal. Vanaf de hoge stuurpositie heb je een mooi uitzicht over Fryslân. De hele dag schijnt een dun zonnetje, en ik heb het goed naar mijn zin. De twee draaibruggen (Stroobos en Schuilenburg, of op z’n Fries: Skûlenboarch) draaien op magische wijze open; blijkbaar word je voortdurend in de peiling gehouden. Gemakkelijk, dat wel. Bij een Marrekritesteigertje leg ik even aan om m’n spullen in de rugzak te proppen, en de boot een beetje netjes te maken. Om twee uur ben ik dan al bij straalbedrijf Hooghiemstra bij Uitwellingerga, waar de Brabo zonder oponthoud –je kunt hier eigenlijk niet aanleggen- uit het water wordt gehesen. Homme is daar ook aanwezig, en brengt mij naar station Heerenveen. Mooi op tijd voor het eten thuis in Almelo, waar ik constateer dat mijn bril nog aan boord moet liggen. Die wordt later netjes opgestuurd.