Artikelen

Reisverhaal Dolmanvlet 970

30 maart 2008.


Spoedklus!

De 29e vraagt Homme of ik dit weekeinde nog een mooie Dolmanvlet kan transporteren, en wel van Eenrum naar Heerenveen.  Snel de mogelijkheden onderzocht; niet zó simpel omdat volgens de Almanak pas op 1 april de zomer-bedieningstijden ingaan. Maar Homme  verzekert mij dat het zomerschema dit jaar al vanaf  15 maart van  toepassing is. Internet geeft hem gelijk; dit jaar is de zaak opgeschoven vanwege de uitzonderlijk vroege Pasen.

Een flinke afstand varen voor één dag (86 km)  dus vroeg op. Mijn vrouw Con besluit ('s ochtends om vijf uur) opeens om mee te gaan; leuk en gezellig. Om 05.45 uur zitten we in de auto, en iets vóór acht uur, de afgesproken tijd, ontmoeten we de heer Bolt, eigenaar van deze vlet, bij het minihaventje van Eenrum. Hij rijdt nog even naar huis om een fluitketeltje te halen; er is niets aan boord. Half negen vertrekken we in striemende regen en windvlagen. Wel even lastig met een onbekend schip in de Eenrumermaar; toch zo'n beetje het smalste en ondiepste watertje van Groningen. Alles gaat goed, natuurlijk. De boot draait stationair al bijna 8 km/uur, en dat is snel  voor dit slootje, dat krap een meter diep is. Overigens zou het dit jaar worden uitgebaggerd.

Na veel bochtenwerk, helaas alles in de plensregen, bereiken we het Reitdiep; via het Aduarderdiep komen we op het Van Starkenborghkanaal. De regen houdt eindelijk op, en omdat het niet erg koud is –er is geen kachel- is het aan boord best te harden. Later komt er een waterig zonnetje bij, en we kunnen weer spreken van pleziervaart…

Op het kanaal is best wat vrachtvaart; een paar flinke jongens van 110 meter komen ons tegemoet. Door de harde wind staat er wat golfslag; witte rollers. De vlet buist behoorlijk, en er komt nogal wat water over. De slingerruit (!!) heeft daar geen moeite mee. Sluis Gaarkeuken zorgt nauwelijks voor oponthoud omdat we er bij wijze van spreken zó kunnen invaren, en het verval stelt niks voor.

Per marifoon vraag ik bediening van de draaibrug bij Stroobos. "Hoe hoog bent u?", wil de bedieningspost weten. "Twee vijftig? Dan kun je er gemakkelijk onderdoor".  Dat klopt, op onze oude kaart (2003) staat een hoogte van 2,10 meter; de brug is nadien vernieuwd en heeft een doorvaarthoogte van  drie meter.  Het Van Starkenborghkanaal is niet het mooiste kanaal van ons land, maar zeker  niet onaantrekkelijk.

Voorbij de Friese grens heet het dan Prinses Margrietkanaal; de oevers daarvan zijn tamelijk "natuurlijk" en dit is eigenlijk een mooie vaarweg, met mooie natuurgebieden aan beide kanten. Bovendien voert het door enkele meren. Omdat wij bij De Oude Schouw al bakboord uit gaan, de Kromme Knillis op, kruisen we alleen het Bergumermeer, met aan stuurboord de grote elektriciteitscentrale. Die Kromme Knillis brengt je in Akkrum, waar de gemeentebrug zeer snel wordt geopend, tegen betaling van € 1,10 in een ouderwets klompje. Dan is Het Deel niet ver meer, en om kwart over vier leggen we aan bij steiger G in jachthaven De Welle ten noorden van Heerenveen, waar Homme enkele plaatsen heeft in de haven. Dan moeten wij weer naar Eenrum gebracht worden. Homme heeft zelf geen gelegenheid, en we hadden afgesproken zijn vader te bellen. Die haalt ons op, en rijdt ons naar Eenrum. Handig hoor, zo'n navigatiesysteem. Een dame vertelt in het Engels, met een Chinees accent, waar je moet afslaan. "Next loundabout, go stlaight". Het klopt redelijk, maar niet helemaal. Enfin: in Eenrum staan de heer en mevr. Bolt, eigenaren van de Dolmanvlet. Ze zijn enigszins verbaasd dat we er al zijn. "Aha! U bent dé Guikink, van Motorboot!"  Hun nieuwe boot, een mooie Pikmeerkruiser, ook via de firma Overwijk verkregen, ligt in het haventje. Die hebben ze vandaag opgehaald!

Wij hebben dan nog een flinke rit voor de boeg naar onze woonplaats Almelo.


Hans Guikink