Artikelen

Reisverhaal Kempala 1100 Sport

Een Kempala Sport 1100, de “Iris 2”, moet van Etten-Leur naar Heerenveen overgevaren worden. Een afstand van ca. 320 km. Homme Overwijk verzocht mij deze klus te klaren, omdat ik dergelijke “opstapschipperkarweitjes” al vele jaren opknap, voor zijn bedrijf en ook voor andere  makelaars en werven.

Ik stippel een route uit, maak een lijst van bruggen, sluizen  en bedieningstijden, en noteer zoveel mogelijk telefoonnummers. Zodoende hoef ik de omvangrijke Almanak niet mee te slepen.

Zondagavond 13 januari stap ik dus met mijn mega-rugzak en mijn vouwfietsje in de trein naar Etten-Leur; nog een hele reis vanuit mijn woonplaats Almelo. Op het station aldaar wordt ik door de eigenaar van de boot opgepikt en naar de jachthaven “De Turfvaart” gebracht. Hij had een uurtje daarvoor al de kachel gestart, en het is aan boord vrij behaaglijk. Na enige uitleg over het schip word ik in m’n eentje achtergelaten. Er is TV aan boord met digitenne; ik ben niet zo’n enthousiast kijker maar met enkele erg lange avonden in het vooruitzicht ben ik hier wel blij mee! Ook aan een fles wijn is gedacht; zeer attent.

De volgende ochtend begin ik met het uithangen van de nodige fenders; als je alleen vaart ga je die niet steeds netjes binnenhalen. De touwen worden gesorteerd zodat aan beide kanten drie redelijke lijnen liggen, Op de voorsteven is één flinke lijn eigenlijk voldoende. Ik maak solo erg veel gebruik van de middenbolders; die zijn gelukkig aanwezig, én erg gemakkelijk via een groot schuifraam te bereiken.  Pas na acht uur is het licht genoeg om de 6-cilinder Volvo Penta te starten en de box te verlaten. Op de Leursevaart (die iets verderop bij het centrum van Etten-Leur doodloopt) voer ik wat manoeuvres uit om erachter te komen hoe de boot reageert op roer en schroef. Alles werkt naar behoren. Op de Mark is wat beroepsvaart. Bediening van de Marksluis kan worden aangevraagd door een knop in te drukken die 20 cm boven de waterspiegel zit; een heel gedoe vanaf een hoog schip. Natuurlijk kan het ook per marifoon, maar juist dát geweldige apparaat ontbreekt op deze toch compleet uitgeruste boot. En het in de Almanak genoemde telefoonnummer is een faxnummer!

De Amertak voert je buiten Geertruidenberg om. Aan de Bergse Maas staat de enorme Amercentrale dikke wolken uit te braken.

Dan steek ik schuin de Bergse Maas over, en bereik de Biesbosch. Via het Steurgat kom je dan bij de Biesboschsluis, die ook ’s winters bemand is. Vervolgens een redelijk heftig, maar slechts zes kilometer lang traject over de Nieuwe en de Boven- Merwede. Ik word opgelopen door een 135 meter lang containerschip. En nog één. En nog wat “kleiner grut”, vergeleken waarbij ik toch op een notendopje vaar. Bij Gorinchem dan door de Grote Merwedesluis (het jachtensluisje is ’s winters dicht) en het Merwedekanaal bezuiden de Lek af. De bruggen worden vanuit Gorinchem bediend; alles gaat vlot, zelfs de spoorbrug bij Arkel. En om vijf uur ben ik dan bij de lange passantensteiger van Vianen, in een nieuwbouwwijk dicht bij het centrum. Het werd tijd ook, want het is inmiddels stikdonker…Bij een nabijgelegen Chinees prima en voordelig gegeten. Als enige klant. Dan een lange avond in de scheepssalon; beetje lezen, beetje TV, en niet te laat naar kooi.

Dinsdag de 15e maak ik na een douchebeurt (want een douche is er wel) vrij vroeg los, en met de navigatieverlichting aan stoom ik naar de Grote Sluis. Ook dat gaat zeer vlot, ook omdat er in feite in het geheel geen verval is, en al snel bereik ik de Lek. Nu heb ik een lange riviertocht voor de boeg: Lek, Neder Rijn, IJssel. Sluis Hagestein zorgt voor veel oponthoud; er is nogal wat vrachtvaart. Ook sluis Amerongen zit niet mee. Voor me ligt een Belgische vrachtboot woest met z’n schroef te malen en ik heb moeite de zaak in bedwang te houden. Roepen helpt niet. Enfin: alles gaat goed. Maar op zo’n moment wens je toch over een marifoon te kunnen beschikken om eens flink “merde” te zeggen.

Het is alweer donker als ik dan bij de laatste grote sluis Driel nog nét meekan. Van de sluiswachter moet ik achter de remming gaan liggen als ik wil overnachten. En dat wil ik. Raar vastmaken aan de stalen pijpen, en je kunt niet van de boot af. Maar ik lig daar safe. Babi Panggan uit zo’n doe-het-zelf pak blijkt goed eetbaar.

Deze dag viel erg mee, omdat het weerbericht werkelijk verschrikkelijk was: regen en zeer zware windstoten. Niet veel van gemerkt, gelukkig.

Na een prima nachtrust vol goede moed weer verder.  Om 10 uur rond ik de IJsselkop, en de snelheid van Iris stijgt meteen van 7 naar 15 km/uur. Doesburg flitst voorbij, en tegen de tijd dat het te donker wordt ben ik de Spooldersluis al gepasseerd en lig ik in een box van “De Hanze” te Zwolle. Ik ben dan zó dicht bij Almelo dat ik met de fiets naar het station rijd, en me per trein naar huis laat vervoeren voor de gezelligheid, lekker eten, en m’n eigen bed!

Donderdag ben ik dan weer tijdig aan boord. Ik mag niet betalen. Het is nu erg koud, en de Eberspächer heeft wel een uurtje nodig voor het aangenaam wordt, en de jas uitkan. In Zwartsluis gooi ik 50 liter diesel in de tank; dat kan daar 24 uur per dag met de pinpas. Handig! Meppelerdiep, Beukerssluis, Belterwijde. Dan door Giethoorn; de twee bruggen worden op afstand bediend en dat gaat bijzonder vlot. Het Kanaal Steenwijk – Ossenzijl, langs de prachtige Weerribben, met de vier volledig geautomatiseerde bruggen. Bij de Linthorst Homansluis moet ik wel lang wachten omdat de telefonisch “bestelde” medewerker van Provinsje Fryslân in z’n uppie heel veel kunstwerken moet bedienen; logisch dat je niet altijd als eerste aan de beurt bent. Maar de Oldelamer- en Oldetrijnsterbrug gaan weer heel snel. In de Tjongervind ik dan, min of meer op de tast, een Marrekritesteigertje. Het begint te gieten, en er is hier geen TV-ontvangst. Met wat waxinelichtjes maak ik het gezellig. Tagliatelle Bolognese van de Aldi: niet slecht. De avond eindigt met een beetje noodweer, maar ik lig hier uitmuntend in “the middle of nowhere”. In de verte brandt een lampje in een boerderij. Dit heeft wel wat!

Vrijdag 18 januari. Vannacht moest ik “er even uit”; het weer is opgeklaard en zelden zag ik zoveel sterren. Bij het opstaan blijkt de kachel te zijn uitgegaan; die stond waarschijnlijk te laag afgesteld. Nog drie bruggen over de Engelenvaart, gisteren telefonisch aangevraagd, en al om 10 uur arriveer ik in jachthaven De Welle te Heerenveen.

 

Hans Guikink